Wat is OL ?
Orienteering of oriëntatielopen is een individuele sport waarbij je (enkel) kaart en kompas gebruikt om een omloop af te leggen, meestal in een bosrijk gebied. Op je weg moet je een aantal controleposten in de juiste volgorde aandoen. Deze controleposten zijn in het terrein aangebracht met rood-witte bakens en op de kaart met een rode cirkel. De opdracht bestaat erin de omloop zo snel mogelijk af te leggen waarbij je zelf je wegkeuze bepaalt. De winnaar is diegene die alle posten in de kortste tijd heeft geknipt. Er wordt individueel gestart (meestal om de 2 minuten) en de tijden worden individueel opgenomen.
Sinds midden 1999 wordt in Vlaanderen gelopen met het Noorse elektronische Emit-controlesysteem. De controleposten die je aandoet worden met hun volgorde en tussentijden geregistreerd in een 'badge' die je van start tot aankomst meeneemt. Bij de aankomst worden die tijden uitgelezen in de computer die automatisch de uitslag produceert. In de loop van 2000 schakelde ook de Franstalige federatie over op Emit, terwijl in het buitenland de 'markt' vrij evenwichtig verdeeld is tussen Emit en zijn Duitse concurrent Sportident.
De belangrijkste hulp voor de oriëntatieloper is de oriëntatiekaart, ook wel ‘I.O.F.-kaart’ genoemd. Deze kaart is heel gedetailleerd en getekend volgens internationaal (binnen de International Orienteering Federation) afgesproken kleuren en symbolen. Deze afspraken gelden overal ter wereld. De kaarten worden meestal getekend op schaal 1/10.000 of 1/15.000. De loper kan aan de hand van de kaart onmiddellijk zien welk terrein hij voor de boeg krijgt en welke route hij gaat kiezen.
Oriëntering is een familiesport voor alle leeftijden. Er wordt gelopen of gestapt in verschillende afstanden en moeilijkheidsgraden per leeftijdscategorie.
Er bestaan ook verschillende vormen van oriëntatieloop:
aflossing: Elke deelnemer van een ploeg loopt een gewone oriëntatieloop, zijn teamgenoot start bij aankomst van de vorige. Bij deze vorm starten de eerste deelnemers allemaal samen in een massastart. De laatste (meestal derde) aflosser die eerst de aankomst bereikt is dus de winnende ploeg.
lange afstand: een normale oriëntatieloop maar met dubbele of driedubbele afstand.
middle distance: een normale oriëntatieloop maar met verkorte afstand (1/2 tot 2/3).
sprint: een normale oriëntatieloop met zeer korte afstanden: winnaarstijden rond de 15 minuten. Vaak in een park en/of bewoonde kern.
nachtwedstrijden: Een normale oriëntatieloop die na zonsondergang doorgaat. De deelnemers gebruiken meestal een hoofdlamp.
oro-hydro: oriëntatieloop aan de hand van speciale kaarten, waarop alleen hoogtelijnen en waterlijnen opgedrukt staan.
MTB-O of fietsoriëntatie: een normale oriëntatiewedstrijd maar dan met een terreinfiets en over een langere afstand, enkel op wegen en paden.
Meer technische informatie vind je onder andere in het ‘technisch hoekje’ op de website van onze vrienden van de Hamok-club.
top